Alle publicaties

E-book Lowlands verhalenwedstrijd 2016: Zondag

Ik pak een koffiefilter uit de porseleinen houder, het is de laatste. Ik schep er drie afgestreken scheppen grof gemalen in en vul het waterreservoir tot het zesde streepje. Ik geef ze een half uur. Er zou wel eens file kunnen staan en bovendien is er altijd iets. De een is thuis iets vergeten en de ander moet onderweg plassen of wordt wagenziek. Een half uur. Tegen die tijd zal de koffie nog goed op temperatuur zijn.

Lees verder

 

Lood Magazine: Interview over 'Zondag'

 

Tijdschrift het Ei: Marielle

'Anders vertel ik iedereen dat je met Peter hebt gekust.’

Ik hoor moeder op de trap. Kom mijn kamer binnen, denk ik, please. Maar moeder loopt door naar de badkamer, ik hoor dat ze was uit de wasmachine haalt. Ik had met Peter afgesproken in de bosjes langs de fabriek. Eén kus zoals grote mensen deden, meer niet.

‘Ja of nee?’ Michel kijkt me aan. Moeder is nog steeds in de badkamer.

Lees verder

 

Mister Motley: Oorsprong en verzamelaars

Niet veel mensen kennen de kunstenaar Jacobus Kloppenburg. Tot zo’n vier jaar geleden woonde hij aan de Lauriersgracht. Na opgegroeid te zijn in de oorlog kon hij niet aanzien hoe de straten langzaam veranderden in een misselijkmakende hoeveelheid puin. De herinnering aan de Hongerwinter in 1944 waarin iedereen na een schaarse hoeveelheid waterige soep, koud en hongerig naar bed ging bleef in zijn geheugen gegrift staan.

Lees verder

 

De Gids: Een Griekse Tragedie

Na 1639 besluit Vondel zijn toneelstukken te baseren op de poëtica van de Griekse Aristoteles. Volgens deze Griek moest een theaterstuk een nobele hoofdpersonen kennen. Dit hoofdpersonage was geen held. Hij werd niet verheerlijkt en was absoluut niet voortreffelijk. Hij moest fouten maken, net als echte mensen. Grieks premier Alexis Tsipras (1974) is een nobele hoofdpersoon. Hij is gelukkig getrouwd en heeft twee zoons. We kunnen onszelf in hem herkennen.

Lees verder

 

Nederland Schrijft: Superlatief

Ik sta in de krant. Met kromme rug tegen een boom geleund. Ik ben dertien en ik draag een blauw T-shirt dat te kort is voor mijn lange taille. Ik mocht de gymles overslaan omdat de lokale krant precies tijdens die les een foto van me wilde nemen. Dat was eigenlijk nog het allerbeste.

Trots had ik het briefje met de handtekening van mijn moeder aan de conciërge laten zien. Niks geen tandarts of orthodontist, niks geen geneuzel over menstruatieklachten of hoofdpijn. Van alle gymsukkels was ik de enige die die dag een echte reden had om niet mee te doen met de les.

Lees verder

 

Daklozenkrant Z! : Het is niets het is niets het is

Het valt allemaal wel mee. In het cafe van de Stadsschouwburg schuifelt Bas Sprakel, de door de media gemystificeerde kunstenaar, ongemakkelijk op zijn stoel . 'Het moest er gewoon komen', zegt hij over zijn performance waarbij hij met stoepkrijt kilometers lang in een grote slinger de woorden 'ik herhaal' op de Amsterdamse straatstenen schreef.

Lees verder

 

Daklozenkrant Z! : Het groeten van de groenteboer

Zes jaar geleden kwam ik in Amsterdam wonen. Het eerste jaar bracht ik door in een muffe studentenkamer in de Bijlmer. Ik herinner me mijn eerste nacht daar nog goed. Een paar uur daarvoor hadden mijn ouders toeterend en zwaaiend de parkeerplaats voor de flat verlaten en hadden ze me achtergelaten in een kamer waar alles nog naar nieuwheid en schoonmaakmiddel rook. Alles was zo perfect mogelijk ingericht. Het was een nagemaakte Ikea-showroom geworden, maar het was mijn nieuwe thuis.

Lees verder

 

Het Parool: Billen

Aan het einde van de Egelantierstraat woont een lange man. Er wonen meer lange mannen in die straat, maar dit is de langste. Ik stond tussen twee geparkeerde auto’s in de Lijnbaangracht om het te ontdekken. Telkens als er een lange man uit een portier kwam dacht ik ‘is dit hem?’ maar veel keren was hij het niet. Terwijl mijn vingers verkleumden en ik eigenlijk mijn neus moest snuiten maar ik had geen zakdoek bij me, bleef ik als een trouwe bode tussen de auto’s wachten. Ik was negen. Best wel lang voor mijn leeftijd, maar toch klein. Een klein mens, opzoek naar de lange man.

Lees verder

 

De Gids: Het onbehagen van de man

‘Wat scheelt er?’ vraagt de dokter.

‘Ik voel me zo onbehagelijk’ zegt de man. Waarna hij zijn mouw opstroopt, arm uittrekt om zijn kippenvel te laten zien. Vervolgens wrijft hij met zijn hand langs zijn oksel en voorhoofd. De man zweet.

Op de vraag ‘peinst u veel’ antwoordt hij bevestigend.

De dokter knikt (haast aanmoedigend) en krabbelt een receptje. Schudt de hand van de zieke man, en laat de volgende binnen.

Lees verder

 

Tirade: De val van Criquielion

Stef parkeert de auto in een straat die hij niet herkent. Voordat hij uitstapt probeert hij zich iets voor de geest te halen, een herinnering aan een logeerpartij, een verjaardagsfeest, de Peugeot in het fotoalbum. Zijn t-shirt plakt akelig in zijn oksels. Waarom had hij ook alweer met zijn oom afgesproken toen die hem op een avond onverwacht opbelde. Met zijn handen om het stuur geklemd bekijkt hij zichzelf in de achteruitkijkspiegel met zijn handen kamt hij zijn haar naar achter. Dan stapt hij opeens gehaast uit.

Lees verder

 

Tijdschrift Terras: Ik ben geen machine

wel verwant

Publicatie