Andere teksten

 

De projectweek LEES

 

Ik wend mijn ogen af van het smartboard en probeer mijn blik op iets anders te fixeren. Ik zoek iets om mezelf mee af te leiden. Is er een leerling lastig? Iemand om te corrigeren? Op het scherm doet een Indiaas meisje haar verhaal over hoe ze als elfjarige in de prostitutie belandde. Ik voel de tranen achter mijn ogen prikken. Schrijnender kan echt niet. Er is geen geld, geen hoop, geen toekomst.

 

 

De tweede correctie LEES

 

Op dinsdagavond belde ik als tweede corrector naar mijn eerste corrector. Die avond daarvoor had ik mijn voorstellen al zorgvuldig genoteerd in een bestand dat ik als bijlage meestuurde. De docent wiens werk ik corrigeerde, zag grove taal- en spelfouten die door leerlingen in de brief werden gemaakt over het hoofd. Mag ik uw om toestemming vragen; de vraag luid; mannen en vrouwen beroepen, het werd allemaal goed gerekend.

 

 

Kerst LEES

 

Ik lig met één oor op de leren bank. Met mijn andere oor vang ik de geluiden op die van de televisie komen. Er ligt een kleedje over me heen en toch heb ik het koud. Ik heb Jezus verstopt op de zolder van de kerststal en niemand weet het. Het is bijna bedtijd en als het bedtijd is doet papa een truc met de lichtjes van de kerstboom en zegt mama dat ik iets uit boom mag kiezen. Een chocolade bal of een glazuren staafje. Als ze niet kijkt, kan ik er stiekem twee nemen. Dan moffel ik er een weg in de mouw van mijn vest. Net als gister. Net als eergister.

 

 

De mat van Simon Meijer LEES

 

In de neerwaartse hond strek ik mijn rug volledig uit. Mijn zitbotten drukken de lucht omhoog. Mijn tenen spreiden zich onder de bal van mijn voet. Mijn schouders draaien in hun kommen en ik voel energie als een injectiespuit in mijn aderen gespoten worden.

De lucht die ik niet nodig heb, laat ik langs mijn neusharen mijn lichaam verlaten. Ik inhaleer de kracht en mededogen. De wierook ontspant mijn botten. Mijn lippen grijnzen naar mijn knieën. Deze dag is mooi.

 

 

De dood van meneer Ham LEES

 

De buurt had gestemd, de voor en tegens waren door een wat dikkige burgemeester met een laatste bosje krullend haar achterop het hoofd in kaart gebracht. Het werd unaniem besloten: de kaboutertuin voor de peuters en kleuters uit de buurt zou er komen.

Daar dacht ik aan, toen het college van meneer Ham niet door bleek te gaan en we als een kudde de trappen van het gebouw afdaalden. Ik had me niet eens ingelezen voor het college, in plaats daarvan had ik de gemeentebrieven gelezen die aan willekeurige bewoners waren gericht en rekeningen ongeopend laten wachten op een morgen. Bovendien was ik na mijn derde kop koffie gewaar geworden van de steeds klammer voelende plekken waar mijn eigen lichaamsdelen elkaar raakten. Haast letterlijker kun je jezelf niet in de weg zitten. Je rechter bil verdraagt de linker niet meer. Je oksel je bovenarm niet, je dijen elkaar ook niet. Je ruggenwervels hadden geschreeuwd als ze daartoe in staat waren geweest, verkreukeld en jeukend weggestopt onder elastieken, zoomen en vouwen van je hemd, shirt, trui en jas. Ik was dankbaar dat het college van meneer Ham niet doorging.

 

 

Sandalen LEES

 

De sandalenwinkel zag er elke winter verlaten uit. Alsof verhuizers maanden geleden de laatste dozen sjouwden. In de winter wil er toch niemand nieuwe sandalen, zei Vincent, en daarom sloot hij elk jaar rond november met zijn vader de lamellen van de etalage. ‘Waarom verkoop je ’s winters niks anders?’ was het eerste wat ik hem vroeg toen hij zich aan me voorstelde als de zoon van Jan, de man die mijn doorgesleten zolen voor nieuwe verving. Vincent haalde zijn schouders op, maar Jan, die een spijker door de nieuwe zool sloeg, begon hard te lachen. ‘Iets anders? Ach kind, mensen willen niks in de winter! Slapen willen ze! En vreten. Ze zeggen dat we van de apen komen, nou moe, volgens mij komen we van de beren. Je kunt niks verkopen in de winter. De Appie om de hoek verkoopt al vreten, en verder zoeken ze het maar uit. Als er geen sandalen nodig zijn, dien ik niemand meer.’ Ik keek naar Vincent, en Vincent keek naar mij.

 

 

Wasmachine LEES

 

‘Zullen we met de trein gaan?’ had Peter blijkbaar gevraagd aan de jonge vrouw uit de van Heemskerkstraat zes, zes hoog, in Nijmegen. Ze had haar hoofd geschud en gezegd dat hij alleen moest gaan. Met zijn tas op zijn rug was hij achter de bus naar het station gelopen. Sneeuw van een week geleden plakte aan zijn zolen. Op perron drie kruisten onze wegen, maar dat hadden we toen nog niet kunnen weten. Een behaarde man kondigde luidkeels de aankomende en wegrijdende treinen aan in seconden, in zijn handen een onaangeroerd starbucksbekertje, waarvan ik niet vermoedde dat er iets in zat. Onbekende mensen liepen, renden of sjokten voortdurend voorbij. Zoals je ’s zomers mieren over je aanrechtblad hebt lopen zonder dat je weet waar ze vandaan komen, want bij elke deur of raam naar buiten staan opgestapelde lokdoosjes.

 

 

Het begin LEES

 

Starend tegen het witte scherm van mijn computer. Ik moet de was doen, denk ik. Ik heb het koud, draai de verwarming hoog. Tot hoe laat is de winkel open, ik moet nog brood en wijn voor vanavond. Ik heb het warm, draai opnieuw aan de knop. Ik hoorde laatst het verhaal van iemand die tot drie keer toe zelfmoord probeerde te plegen. ‘Doodgaan is moeilijker dan je denkt’ had ik gezegd.

 

 

Nooit meer sleur LEES

 

Woorden stellen ons in staat om met elkaar te communiceren en onze gedachtes en gevoelens tot uitdrukken te brengen. Dat is super handig. Elk jaar wordt er bepaald welke gedachtes, gevoelens of andere zaken geen woord meer nodig hebben. Deze worden dan geschrapt uit het woordenboek

 

 

Worst LEES

Een man zat op een afgezaagde boomstronk in een tuin die zo groot was als het hele eiland waarop hij woonde. Het eiland, voorzien van loofboomgroei en klein wild, voelde als zijn eigendom. Al is het de vraag aan wie natuur toebehoort.

Er hingen donkere regenwolken boven zijn eiland. Dat deerde niet. Wat hem deerde was het knijpende gevoel in zijn maag. De slurpende geluiden van zijn om aandacht vragende ingewanden. De man had honger.

 

Schoolseks LEES

 

Mijn leerlingen kijken een film met een seksscène waarbij eigenlijk alleen de voeten van de vrijers in beeld zijn en roepen door de klas dat het om porno gaat. Ik hoor de ongerijmd simpele codes om de pornozender op televisie te kraken door het lokaal geroepen worden en de wangen van jongens worden zo rood als blinkende watermeloenen. Meisjes met hoofddoeken verschuilen hun ogen achter polsen met wel twintig kleurige kraalarmbandjes en roepen ‘haram, haram, haram.'