Het Begin

Het begin

 

Starend tegen het witte scherm van mijn computer. Ik moet de was doen, denk ik. Ik heb het koud, draai de verwarming hoog. Tot hoe laat is de winkel open, ik moet nog brood en wijn voor vanavond. Ik heb het warm, draai opnieuw aan de knop. Ik hoorde laatst het verhaal van iemand die tot drie keer toe zelfmoord probeerde te plegen. ‘Doodgaan is moeilijker dan je denkt’ had ik gezegd. De vrouw ging telkens niet dood omdat haar omgeving op tijd ingreep. Haar dochter hielp haar van haar strop, de buurman pompte haar maag leeg en haar man verbond haar polswonden net op tijd. ‘Het is een goed verhaal’ zei ik, en ‘ik ga het opschrijven.’ Als ik in de krant lees ervaar ik de berichten als zo absurd dat ik denk: ‘hier moet ik echt iets mee doen’. Ik doe er dan ook iets mee, maar het absurde wordt er niet echt mee benadrukt. De interpretaties van lezers kun je wel sturen, maar je hebt er geen alleenrecht op. De lezers denken wat ze willen denken ‘ach wat grappig’ kunnen ze denken, of ‘hé, dat heb ik gelezen inderdaad’. Het zal wel zelden voorkomen dat ze denken: ‘toen ik dat las dacht ik zelf niet echt na, maar nu ik dit lees ben ik echt van mening geworden dat het heel erg absurd is wat er allemaal in de wereld gebeurt. Hoe onze perceptie door de media gestuurd wordt, en dat alles maar wordt voorgeschoteld alsof het waarheden zijn. Nee, zo had ik er eerder echt nog nooit over na gedacht.’ Backspace blijft de meest gebruikte toets op mijn toetsenbord. Laagjes vet en afgestorven cellen van mijn rechterhandwijsvinger geven de toets een opvallend blinkend laagje dat na jaren een beetje reliëf begint te vertonen. Ik verwijder een ongelezen doorstuuremail van mijn stiefoma en typ aan een vriend in Canada iets over liefde en het weer.

Het scherm blijft altijd lang wit. Soms typ ik iets om te kijken hoe het staat. Dan lees ik het voor om te horen hoe het klinkt. Clous of plotten zijn niet mijn sterkste kant. Ik opereer graag op semantisch niveau. Het is me dan echt een raadsel waar het nu weer naar toe zal gaan. Soms, voordat ik er erg in heb, is er een nieuw personage, een bepaalde omgeving of een achterdochtig thema dat opdoemt uit een dode hoek. Ik heb dan niet echt in de hand wat er gebeurt, soms valt het mee. Vaker valt het tegen. Ik heb me vorige week na een paar glazen wijn aangemeld op een datingsite. Mijn zus woont samen met haar internetdate en moeders van willekeurige mensen bevolen me het aan, ik was gewoon benieuwd. Mijn halfbakken profiel en nepnaam hadden meteen raak. Een manisch depressieve student en een gezellige ex-kankerpatiënt uit Brabant waren ‘aangetrokken’ tot mijn profiel, typten ze, het leek ze gezellig om een keer wat te drinken.

Ik dacht aan de vrouw die tot drie keer toe zelfmoord probeerde te plegen. Ik staarde naar mijn backspace toets. Ik dacht aan de dingen die je wel en niet wilt delen met lezers. Ik vroeg me af hoe je kunt weten of je eieren rot zijn. Hoe laat hij zou bellen, en hoe ik mijn gootsteen kan ontstoppen als ik de zwanenhals niet openkrijg.

 

 

 

terug